Veiligheid

Bij de dorpen die op doorgaande wegen liggen, worden de komingangen aangepast. Op de meeste plaatsen komt een slinger in de weg, waardoor het verkeer gedwongen af moet remmen tot 50 km per uur. Op enkele plaatsen worden fiets- en voetgangersoversteekplaatsen aangelegd. Soms met brede middengeleiders in de weg, waardoor voetgangers en fietsers in twee keer de rijbanen over kunnen steken. Waar nodig worden nieuwe fietspaden aangelegd of bestaande fietspaden verbreed.
Kruispunten worden omgebouwd tot rotonde. Dat is veiliger dan een verkeerslicht. Wanneer een stoplicht op rood springt, kan iemand nog altijd met een hoge snelheid over het kruispunt scheuren. Bij een rotonde is dat onmogelijk. Automobilisten worden gedwongen hun snelheid te matigen.

Mobiliteit

TurborotondeDe N278 van Maastricht naar Vaals is een belangrijke regionale verbindingsweg. En ook de Mamelisserweg richting Vijlen en de provinciale weg naar De Plank zijn van belang voor de ontsluiting van het Heuvelland. De wegen worden alsmaar drukker, mede door het toeristische verkeer. Tijdens het normale spitsuur maar ook als er evenementen zijn in het Heuvelland en op prachtige zonnige dagen, ontstaan er steeds vaker verkeersopstoppingen. Uit tellingen en prognoses is gebleken dat de capaciteit van de verkeerslichten bij Nijswiller onvoldoende is. Daarom is daar een turborotonde (zie afbeelding) aangelegd. Die kan per minuut meer auto’s afwikkelen dan een kruispunt met verkeerslichten. Ook andere kruispunten worden omgebouwd tot rotondes. Dat verbetert de doorstroming van het verkeer aanzienlijk. Door de aanleg van een rotonde bij bedrijventerrein de Fremme in Margraten is dat gebied beter en gemakkelijker bereikbaar.

Milieu

Afwatering

Natuurlijk is het water dat van de weg afkomt verontreinigd met bijvoorbeeld olie. Maar dat is geen probleem want de bodem werkt als een natuurlijk filter. Het vuil blijft in de bovenste laag van de grond achter en alleen schoon water zakt in de diepere lagen. Bijvoorbeeld in de bermsloten die je vaak langs de weg ziet. In eerste instantie is een bermsloot zo’n anderhalve meter diep. Tien jaar later ligt er een laag vervuilde grond bovenop en is de sloot nog maar een meter diep. De vervuilde grond wordt afgegraven en afgevoerd naar een verwerkingsbedrijf. Een berm heeft hetzelfde effect. Bij de aanleg van de weg is de berm ongeveer even hoog als het wegdek. Maar tien jaar later zie je dat de berm een stuk hoger ligt. Alle vuil wat van de weg afkomt wordt in de berm opgevangen. Periodiek laat de Provincie de bermen ´schrapen´.

Flora en fauna toets

Bij wegwerkzaamheden wordt er van tevoren altijd een zogenaamde flora en fauna toets gedaan. Deskundigen beoordelen de natuurwaarden binnen het gebied waar wordt gewerkt. Wanneer het leefgebied van planten- en diersoorten wordt verkleind door bijvoorbeeld de aanwezigheid vaneen weg is er sprake van versnippering. De Provincie neemt dan maatregelen om deze versnippering tegen te gaan. Bijvoorbeeld door middel van faunatunnels. Op de Rijksweg tussen Maastricht en Vaals liggen een heleboel van die faunatunnels. Met name om te voorkomen dat dassen het slachtoffer worden van het verkeer. Om te voorkomen dat dassen de weg oplopen, zijn er langs de weg dassenrasters geplaatst. Die dassenrasters leiden naar dassentunnels onder de weg door. Door zo’n tunnel van ongeveer dertig cm doorsnee, kan een das ongehinderd de weg kruisen.

Duurzaamheid

BetonstortenDe Provincie werkt met materialen die langer meegaan of hergebruikt kunnen worden. Rotondes bijvoorbeeld worden in beton uitgevoerd omdat het steviger is en langer meegaat dan asfalt. Daardoor is er minder onderhoud nodig. Wegmarkeringen werden vroeger met wegenverf aangebracht. Tegenwoordig gebruikt de Provincie daarvoor het milieuvriendelijke thermoplast. Thermoplast is een vast materiaal dat door verhitting (± 180º) vloeibaar wordt. Daardoor is het gemakkelijk aan te brengen. Thermoplast heeft maar een minuut of drie nodig om af te koelen en is daarna al weer overrijdbaar. Het materiaal is ongeveer drie millimeter dik en gaat zo’n tien jaar mee.

Asfalt bestaat uit natuurlijke grondstoffen, die volledig kunnen worden hergebruikt. Het oude asfalt dat wordt verwijderd gaat terug naar de asfaltfabriek. Het wordt in de fabriek bewerkt en weer als nieuw asfalt aangeleverd. Het nieuwe asfalt bevat geen teer, want dat is schadelijk voor het milieu omdat het niet afbreekbaar is. Er zijn nog oude stukken weg, waar teerhoudend asfalt is toegepast. Dat asfalt wordt verwijderd en door een gespecialiseerd bedrijf zodanig verwerkt dat het teer volledig verbrandt. Wat overblijft zijn zuivere mineralen, grind en vulstoffen die weer worden hergebruikt voor de aanmaak van nieuw asfalt.