In gesprek met Noël Lebens

Noël LebensNoël Lebens, gedeputeerde van de Provincie Limburg, heeft ondermeer provinciale wegen in zijn portefeuille.

Waarom is het nodig dat er in het Heuvelland aan de weg wordt gewerkt?

Er is onderhoud nodig. Tegelijkertijd kijken we naar aspecten als leefbaarheid, veiligheid en mobiliteit. Waar gebeuren er veel ongelukken of bijna ongelukken? Is de doorstroming van het verkeer voldoende nu het alsmaar drukker wordt? Tast die verkeersdrukte de leefbaarheid van het gebied aan? Zijn de bedrijven goed bereikbaar? Op basis van al die aspecten is er inzicht in de wegenprojecten die we uit moeten voeren. Dat kan niet allemaal tegelijk en er is maar beperkt geld beschikbaar. In het Heuvelland is de nood echter hoog. Hier kunnen we niet langer wachten met het uitvoeren van een aantal wegwerkzaamheden. Daarom heeft de Provincie extra middelen beschikbaar gesteld om het project Heuvelland: beter op weg! versneld aan te pakken.

Recente ongevallen tonen weer aan dat er onveilige situaties zijn in het Heuvelland. Bewoners roepen om maatregelen. Waarom moeten ze daar dan toch nog één of twee jaar op wachten?

Zo’n groot project moet je zorgvuldig aanpakken. We willen alle belanghebbenden, bewoners, bedrijven en gemeenten de kans geven om mee te denken. In zo’n voortraject zijn allerlei onderzoeken nodig, verkeerskundig onderzoek naar de oorzaak van onveilige situaties, naar de flora en fauna, archeologie, schone grond, noem maar op. Zo komen we tot een definitief ontwerp. Daarop kunnen mensen formeel inspreken en bezwaar indienen. In sommige gevallen moet het bestemmingsplan worden aangepast, moet grond worden aangekocht, kapvergunningen aangevraagd en verkeersbesluiten genomen, bijvoorbeeld om de snelheid terug te brengen. Voor elke stap staan vaste termijnen om iedereen de kans te geven daar zijn zegje over te doen. En áls er dan iemand bezwaar heeft, ben je zo weer een aantal maanden verder voordat je een volgende stap kunt zetten. Al met al natuurlijk lange trajecten die we echter vanuit het oogpunt van zorgvuldigheid en goed wegbeheerderschap doorlopen.

Waarom nu overal tegelijk?

In het hele gebied zijn we zo’n 3,5 jaar bezig. We realiseren ons dat het overlast met zich meebrengt. Maar het is de keuze tussen nu alles in één keer afhandelen en straks weer veilig op weg, of de komende tien jaar telkens weer opnieuw een wegopbreking met tussenposen van een jaar. Dan blijf je mensen lastig vallen. Daarnaast is al aangegeven dat een aantal projecten versneld uitgevoerd wordt omdat uitstel niet langer verantwoord is. Dit maakt dat nu veel projecten in een relatief korte periode in een relatief klein gebied uitgevoerd worden.

Is er veel overlast tijdens de werkzaamheden?

Ons uitgangspunt is om de weg zoveel mogelijk open te houden voor verkeer. Bijvoorbeeld door één weghelft berijdbaar te houden of door een tijdelijk stukje weg aan te leggen om zo het verkeer om een werkvak heen te leiden. Uiteraard moeten weggebruikers rekening houden met vertragingen op het werktraject. Daarnaast werken we met zogenaamde adviesroutes. Deze zijn voornamelijk bedoeld om het doorgaand verkeer het werkvak te laten mijden zodat bij het werkvak voornamelijk sprake is van bestemmingsverkeer. Een voorbeeld hiervan is dat op dit moment verkeer vanuit Maastricht naar Vaals geadviseerd wordt om te rijden via de A2 – A79 – N281/Vaals.

Als openhouden van de weg uit veiligheidsoverwegingen niet mogelijk is, wordt het verkeer omgeleid. Wanneer we de weg móeten afsluiten, houden we rekening met de intensiteit van het verkeer en de bereikbaarheid van bedrijven. Om de afsluiting zo kort mogelijk te houden, wordt er soms ’s nachts gewerkt. Dan kan het verkeer overdag gewoon over het werkvak rijden. Nachtwerk gebeurt slechts incidenteel want het is uiteraard duurder en bovendien kan het de omwonenden (geluids)overlast bezorgen. De afweging om ’s nachts te werken gebeurt altijd in samenspraak met omwonenden, ondernemers, hulpdiensten en de gemeente